Hoe verloopt een transplantatie?
Ik krijg tegenwoordig heel vaak de vraag: “en wanneer krijg je nu een nieuwe nier?” Helaas is het allemaal zo simpel niet. Ik vertelde je al grotendeels hoe dialyse in zijn werk gaat, in dit artikel leg ik uit hoe een transplantatie verloopt, van begin tot einde.
Twee soorten transplantatie
Er zijn twee soorten transplantaties, namelijk van een levende donor of van een overleden donor. Over het algemeen verkiest men een levende donor omdat het orgaan minder lang zonder bloed zit, waardoor het sneller op gang komt na de operatie en ook beter werkt.
Onderzoeken
Wanneer je nieren het bijna begeven hebben kom je al in aanmerking voor pre-transplantonderzoeken. Je hoeft hiervoor zelfs nog niet aan de dialyse te zijn. Deze onderzoeken gebeuren om te checken of je wel fit genoeg bent voor de transplantatie. In de meeste ziekenhuizen krijg je een echo van de buik, een echo van het hart, een hartfilmpje (of elektrocardiogram/ECG), een foto van de longen, een vaatonderzoek (dit is gewoon een echo van de bloedvaten in je benen en liezen), een foto van je bekken en bij personen met een baarmoeder ook een gynaecologisch onderzoek. Wanneer de resultaten van deze onderzoeken gunstig zijn kom je op de transplantlijst of gaat alles verder voor een levende donatie.
Transplantatie via de transplantlijst
De transplantlijst
De transplantlijst wordt georganiseerd door Eurotransplant. Zij zorgen voor een goede samenwerking tussen alle transplantcentra in alle 8 deelnemende landen. Zij zorgen ook voor de best mogelijke match tussen donor en recipiënt. Dat gebeurt op basis van een aantal criteria zoals bloedgroep, weefseltypering en urgentie maar bijvoorbeeld ook hoe lang je al op de lijst staat. Een nog volledigere uitleg hierover kan je vinden op de website van Eurotransplant.
Op de lijst
Nu je op de transplantlijst staat kan het wachten beginnen. Sommige mensen hebben geluk en kunnen snel getransplanteerd worden maar meestal moet je toch meer dan twee jaar wachten. Zolang je op de lijst staat moet je altijd bereikbaar zijn want je moet zo snel mogelijk in het ziekenhuis geraken. Als je op reis wil naar een verdere bestemming kan je jezelf wel tijdelijk op non-actief laten zetten: je behoudt je plek op de lijst maar je komt tijdelijk niet in aanmerking voor een orgaan.
Het telefoontje
Eindelijk is het zover! Je hebt telefoon gekregen dat er een geschikt orgaan beschikbaar is. Je moet nu zo snel mogelijk naar het ziekenhuis. Daar gebeuren nog een paar laatste testen om te kijken of je niet ziek bent. Daarna gebeurt er nog een kruisproef met jouw bloed en weefsel van het donororgaan. Wanneer deze negatief is (d.w.z.: je hebt geen antistoffen tegen het donororgaan) kan de transplantatie beginnen.
Transplantatie met een levende donor
Als iemand in je omgeving een orgaan wil afstaan heb je geluk: je gaat hoogstwaarschijnlijk niet zo lang moeten wachten als iemand die op de wachtlijst staat. De donor moet ook een aantal stappen ondergaan (binnenkort komt hierover meer info!) maar als alles goed verloopt kan je al na drie maanden getransplanteerd worden.
Na de operatie
Je wordt wakker met een maagsonde, een blaassonde, een infuus in de hals, een aantal drains en vooral pijn, maar: JE HEBT EEN NIEUWE NIER! 🤩 De eerste dagen zijn misschien lastig maar vanaf nu kan het alleen maar beter gaan.
In het begin krijg je hoge dosissen immunosuppressiva om afstoting tegen te gaan. Daarom moet je in isolatie en moet je de eerste maanden goed opletten met wat je doen en wat je eet (geen rauw vlees of rauwe vis).
Als alles goed gaat mag je na een tiental dagen naar huis, al moet je in het begin wel regelmatig op controle komen.
Geniet van je herwonnen vrijheid!
De keerzijde van de medaille
Hoewel een niertransplantatie de beste niervervangende therapie is, is het niet dé magische oplossing zoals veel mensen denken.
Je moet veel medicijnen nemen zodat het orgaan niet afstoot. Daar komen ook een hoop bijwerkingen bij kijken zoals trillende handen en een onregelmatige bloedsuikerspiegel. Ook zijn deze medicijnen eigenlijk heel slecht voor de nieren (ironisch, I know), daarom is het belangrijk om meer dan twee liter water per dag te drinken.
Verder is er ook een zekere angst: een donororgaan is niet voor eeuwig. Het kan afstoten of in sommige gevallen kan je terug ziek worden. En door de medicatie gaat de donornier sowieso beetje bij beetje achteruit (de nier van een overleden donor gaat gemiddeld 10 jaar mee, bij een levende donor gaat de nier zo’n 20 jaar mee bron). Dan moet je terug aan dialyse en begint het verhaal weer van voren af aan. Wanneer dat gaat gebeuren kan niemand voorspellen, waardoor het toch altijd in je achterhoofd blijft zitten.
Ziezo, ik hoop dat jullie weer wat bijgeleerd hebben. Als je nog vragen hebt mag je die altijd stellen in de comments of via Facebook of Instagram.
Wat wist je al en wat wist je nog niet?
PS: Op de foto zie je mij na mijn eerste transplantatie in 2008 😆
Pro:
-Transplantatie was, voor mij persoonlijk, wel een operatie waar ik snel van herstelde en waar ik me ook meteen beter ging door voelen.
-Je mag weer eten wat je wil en je hebt geen vochtbeperking meer
Contra:
-De hoge dosissen cortisone in het begin die toch wel bijwerkingen geeft (opgezwollen gezicht, stemmingswisseling enz.)
-Teveel aanmaak van bijschildklierhormoon.
-Ik miste in het begin het vaste schema van dialysedagen en het sociaal contact met medepatiënten